
Boekrecensie Geënt op de edele olijf, Johannes Buter. Deze religiegeschiedenis maakt op mij een diepe indruk. Woonachtig in Zuid-Spanje tussen de olijfboomgaarden en eigen tuin eveneens vol olijfbomen. Sinds tien jaar houd ik mij ook bezig met de verworvenheden van het oude al-Andalus: ‘Het Spanje van de Moren’. Geschiedvervalsing is een van de thema’s waaraan ik werk. En daarmee raak ik direct de kern van het werk van Johannes Buter. Mijn persoonlijke beschouwing van de religiegeschiedenis Geënt op de edele olijf van Johannes Buter.
door gastblogger Rudi Holzhauer
Godvrezendheid als nieuwe reformatie voor het christendom
(subtitel van Geënt op de edele olijf)
Het thema van Buter is het opnieuw enten van het christendom op de edele olijf, de God van (Godvrezend) Israël, Zijn Woord. Mij stond die edele olijfboom niet meer helemaal helder voor ogen, daarom enige verduidelijking.
De edele olijf: Israël
‘Geënt op de edele olijf’ is een Bijbelse metafoor (uit de brief van Paulus aan de Romeinen) die beschrijft dat gelovigen uit de heidenen (wilde takken) worden verbonden met Israël (de edele olijf) om te delen in Gods beloften en zegen. Dit betekent dat gelovigen, door hun geloof, zich mogen aansluiten bij de ‘stam’ van het geloof die via Israël in de wereld kwam.
De kern van het boek
In het tweedelige boek Geënt op de edele olijf begint het christendom als een kleine groep van joodse navolgers van Jezus, nadat hij begin jaren 30 van de eerste eeuw gedood was in Jeruzalem.
‘Na zijn dood kwamen zij, na een periode van ontreddering, tot het inzicht dat hij op wonderbaarlijke wijze een aan het Joodse volk beloofde messiaanse gestalte was, zoals in hun Hebreeuwse Schriften beschreven.
In de Handelingen der Apostelen en de Evangeliën is later opgeschreven dat hij was verschenen en dat hij ten hemel voer en had beloofd de kracht van de Heilige Geest te sturen. Verder werd hen toegezegd, volgens deze geschriften, dat hij op dezelfde wijze zou terugkomen uit de hemel.’
‘Na verloop van tijd, ook in gemeenschappen van andere Jezus-navolgers, leverde het wachten op deze wederkomst vragen en onduidelijkheden op. Van deze gemeenten gingen ook niet-joden, heidenen, deel uitmaken, buiten Jeruzalem en het Joodse land. Het vraagstuk van de wederkomst van Jezus hield deze volgelingen, die na verloop van tijd messiaansen ofwel christenen werden genoemd, toen bezig en eigenlijk is dat nog steeds zo.’
(Info: cover Geënt op de edele olijf)
De achterflaptekst vertelt dat het christendom in de loop van de eerste eeuwen in een doolhof verzeild is geraakt wat betreft de natuur van Jezus Christus. Die tekst neem ik met een paar aanpassingen en toevoegingen over.
Nieuwe Testament
In de 4e eeuw en daarna werd vastgelegd in dogma’s en belijdenissen dat de mens Jezus ook God was. Wanneer de geschriften van het Nieuwe Testament op chronologische volgorde worden gezet, is die ontwikkeling reeds waar te nemen.

De edele olijfboom
Anti-judaïsme
In de katholieke kerk verdween de binding met het jodendom, terwijl het christendom begonnen is als joodse navolgers van de joodse profeet Jezus die aan de basis stonden van de evangeliën en brieven. Het kwam zelfs tot onderdrukking en vervolging van het jodendom. In het Nieuwe Testament zien we deze ontwikkeling van anti-judaïsme ook al uitgebreid aanwezig. Het is onderdeel geworden van de christelijke identiteit.
De weg uit het doolhof
Oorspronkelijk joodse geschriften, zoals alle vier de evangeliën, zijn geredigeerd door heiden-christenen. Dat geldt ook voor de brieven van Paulus die eenheid van joden en christenen nastreefde, maar daarin faalde. De oorspronkelijke boodschap van de mens Jezus is overwoekerd geraakt en ‘geloven in’ werd belangrijker dan het ‘geloof van’.
Gods Koninkrijk
In dit boek wordt de weg uit het doolhof gewezen. Vanaf de 11e eeuw hebben veel ‘wegwijzers’ al de richting aangegeven. Echter, de belangrijke laatste stap is nog niet gezet. De christelijke dogma’s en belijdenissen kunnen worden losgelaten. Jezus was niet de Zoon van God, niet de Christus en ook niet de Messias. Christenen kunnen als godvrezenden aansluiten bij godvrezende joden, die de traditie van Jezus hebben voortgezet. Dan zal ook ‘Gods Koninkrijk op aarde doorbreken’.
Het dwaalspoor van de latere vergoddelijking van Jezus via de Christusfiguur
In deel 1: Het dwaalspoor van de latere vergoddelijking van Jezus via de Christusfiguur neemt Buter alles door, met verwijzingen en eerste plaatsbepalingen. Verder bespreekt hij de diepe verdeeldheid tot en met later de substitutie-overtuiging in het christendom ten opzichte van het jodendom, die tot ver in de twintigste eeuw geaccepteerd bleef in die christelijke wereld.
Het verdere heidens / hellenistische doordenken van de Godenwereld en de situatie van de mens
In deel 2: Het verdere heidens / hellenistische doordenken van de Godenwereld en de situatie van de mens, zegt Buter dat dit een meer geschiedkundig karakter heeft en behandelt hij de christelijke geschiedenis in vogelvlucht. Volgens de auteur is ‘de eenheid in het christelijk geloof en de vastlegging daarvan in concilies en in de dogma’s nooit echt goed gelukt en is tot in de moderne tijd doorgegaan’.
Zijn Woorden
Voor Buter zal de christenheid dan ook moeten terugkeren naar de situatie dat de Godvrezenden, samen met de joden, de God van Israël vereren door het doen en horen van Zijn Woorden.
‘Ik zal opstaan en naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegenover u. En ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden.’
(Jezus)
Het Traktaat tegen de Joden – Augustinus
Uiteindelijk bepleit Buter een noodzakelijke omkering van het denken van de christenheid in het algemeen. En het doen van de laatste noodzakelijke stappen, namelijk het loslaten van de belijdenissen en dogma’s die in de vierde eeuw zijn ontstaan en nog altijd gelden. Dat is voor hem ook van toepassing op de zijns inziens volstrekt verwerpelijke Adversus Iudaeos-filosofie (Het Traktaat tegen de Joden – Augustinus) en de uitvoering van de ideeën daarvan. Hiermee zullen ‘christenen uit het doolhof van het christendom kunnen komen’.
De Messias
Godvrezenden weten zich echter geënt op de edele olijf, stelt Buter. Bloei op die olijf is geworteld. Hij vindt dat essentieel voor de komst van Gods Koninkrijk, zoals ook verlangd door de profeet Jezus van Nazareth.
Godvrezendheid wordt verder uitgewerkt in een over-idealistische paragraaf, los van onze werkelijkheden. Erg algemeen, té algemeen. Veel psychologische inzichten die ook in veel levensstromingen te vinden zijn. De komst van de Messias behoort tot de grondelementen van het jodendom. Met de sub-paragraaf De Messias gaat Buter door op de weg van de levenskunst die voor mij niet typisch joods of religieus is.
Uitweg uit het religieuze doolhof
Buters betoog is aansprekend en prachtig ingebed in het joodse perspectief. Het christendom is een verlossers-religie en het jodendom een verlossings-religie. De rol van religie is daarmee een andere en wordt een vorm van spiritualiteit, zeker in verbinding met de Ene (mensen, natuur, kosmos), maar zonder al die religieus benoemde en naamgegeven figuren en dogma’s.
Aan het slot bespreekt de auteur de uitweg uit het christelijk doolhof. Laat ik dan maar spreken over de uitweg uit het religieuze doolhof. De laatste zin in het tweede deel luidt (over spiritualiteit gesproken…): ‘”Moved by pure spirit” betekent in mijn ogen terugkeren naar godvrezendheid, de nieuwe reformatie in het christendom voor de 21e eeuw’.’

Besluit
Over Godvrezendheid en enten als weg naar verbinding en gemeenschappelijkheid, vraag ik me af waar die weg heenleidt die Buter ons voorhoudt. De weg die wij van hem moeten gaan? Ik betwijfel of onze huidige samenleving gebaat kan zijn bij Godvrezende mensen.
Het antisemitisme vanuit het christendom, dat Buter inhoudelijk en historisch thematiseert, is de pendant van islamofobie. Niet alleen vanuit het christendom, maar eveneens vanuit het jodendom en de islam. En het verweven raken van wereldlijke met religieuze machthebbers, dat Buter in het christendom thematiseert, kent een opmerkelijke pendant van landen met een moslimmeerderheid.
Mensvrezendheid alom
Een tijdje in harmonie samenleven gaat wel. Maar je kunt wachten op agressie en geweld vanuit religie, zowel intrinsiek als extrinsiek. Hierin lijken de drie abrahamitische religies zich niet te onderscheiden. Of het nu lichamelijke verminking, kruistochten, Palestijnen, heksen, de Inquisitie, inheemse kinderen, jihadisme of genderdiscriminatie betreft. Zonder ketters geen geloof. Mensvrezendheid alom.
In al die Geloven van Liefde komt de liefde voor de Ander niet voort uit hun instituties of Godvrezendheid: top-down. Hoogstens uit individuele eerbied, respect, vriendschap en liefde: bottom-up. Zelf hecht ik dan ook meer waarde aan de spontane orde uit de Schotse Verlichting en de gemeenschappelijkheid uit de Afrikaanse Ubuntu en Indaba.
Zonder geloven geen ketters meer?
Het naslagwerk van Johannes Buter kan je prima zien als ‘Licht aan het einde van een donkere tunnel’. Een weg uit een doolhof, zoals hij zelf zegt. Het zet het christendom flink op een wilde plaats, maar hemelt (of edelt) het jodendom voor mij te zeer op. Zonder geloven geen ketters meer? Wat een zegen zou dat zijn.
Bronnen:
* Geënt op de edele olijf – Godvrezendheid als nieuwe reformatie voor het christendom | Johannes Buter | Uitgeverij Van Warven 2025.
* De edele olijfboom: Wachters.nu
* Islam Bloeiperiode en hedendaagse crisis in de moslimwereld | Ahmet T Kuru | Ertsberg, 2023 | Vertaald en toegelicht door Rudi Holzhauer
Rudi Holzhauer
Nederlandse Master in de Rechten, Doctoraat in Recht en Economie, Nederlandse Master in de Filosofie, Master of Law Cambridge VK, Onafhankelijk inspirator bij Alpujarras Academy Spain
Beeld: Geënt op de edele olijf (detail cover)
Beeld Rudi: MoslimArchief
Bloeiperiode en hedendaagse crisis in de moslimwereld
Eindredactie: Paul Delfgaauw– Religiefilosofie
Reconstructie blog: 28 januari 2026: De complete, oorspronkelijke tekst










Lelieblanke zielen






Naar jezelf kijken








Positievere benadering







Rudi Holzhauer

